TU Delft in Brazilië

Publicado em 17/12/2015
Delta, em 14/12/2015

 

De TU heeft sinds drie jaar een kantoor op de campus van de Braziliaanse universiteit Unicamp. Hoe run je tienduizend kilometer verderop gezamenlijk onderwijs en onderzoek? “Daar is bevlogenheid voor nodig.”

 

Eén kamer in het witte gebouw van het instituut voor energieonderzoek. Dat is in fysieke zin het kantoor van de TU Delft op de campus van Unicamp. Deze Braziliaanse universiteit in Campinas staat op een voormalige koffie- en suikerrietplantage op een kleine twee uur rijden van het vliegveld van São Paulo, als het altijd drukke verkeer niet is vastgelopen tenminste.

Het kantoor bestaat uit een vergadertafel, twee bureaus en wat losse tafels. Er zijn klompen (grote en sleutelhangers), een Braziliaans en een Nederlands vlaggetje. De telefoons werken, net als de wifi, de printer en de airconditioning. De plaquette die (indertijd nog) prins Willem-Alexander drie jaar geleden onthulde bij de opening van dit kantoor staat midden in de ruimte. ‘TU Delft-Brazil, BE-Basic Brazil’ staat erop. BE-Basic is het door de TU opgerichte consortium van 51 kennisinstellingen, bedrijven en instituten voor een ‘biobased economy’.

Wie het kantoor belt, wordt doorverbonden met het secretariaat op de begane grond. Fabiana Gama Viana of Lilian de Andrade Paulino neemt dan op. De twee doen het regelwerk voor het Braziliaanse kantoor van de TU en BE-Basic. Contact met Delft verloopt via e-mail en telefoon, of in levenden lijve als ‘Delft’ in Campinas is.

Het kantoor op de tweede verdieping staat vaak leeg. Die kamer is dan ook niet het belangrijkste aan de aanwezigheid hier. Het draait hier om de gedeelde interesse in onderzoek en onderwijs van Nederland en Brazilië op het gebied van een duurzame biobased economy, om hoogleraren en studenten die elkaar aanvullen en leren van de ander. Maar vooral staat het kantoor voor de persoonlijke contacten die nieuwe onderzoeksrelaties mogelijk maken.

Oude vrienden
Daarvan zijn de oprichters, de Delftse hoogleraren Patricia Osseweijer en Luuk van der Wielen, de verpersoonlijking. Osseweijer is hoogleraar biotechnology and society en wetenschappelijk directeur van TU Delft Brazil. Van der Wielen is hoogleraar bioprocess engineering en voorzitter van de raad van bestuur van BE-Basic. Zij overleggen met hoogleraren, bedrijven en overheden, over lopend en nieuw onderzoek en onderwijs, in Nederland én Brazilië. Ze reizen ongeveer eens per maand naar dit land, bijvoorbeeld om college te geven of om de voortgang of aanmelding te bespreken van eigen of nieuwe dual degree-studenten. Dat zijn phd-studenten die zowel aan de TU als aan Unicamp promoveren.

Of de twee hoogleraren beleggen een vergadering met onderzoekspartners en financiers, zoals op maandag 23 november 2015. Namens BE-Basic maken ze die dag in São Paulo afspraken over bestendiging en uitbreiding van de Nederlands-Braziliaanse samenwerking op het gebied van duurzaam geproduceerde biobrandstoffen voor de luchtvaart en het gebruik van de restmaterialen als chemische bouwstenen voor nieuwe producten.

Vertegenwoordigers van het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) en het consulaat zijn erbij. Ook zijn er afgevaardigden van DSM en de bedrijven Corbion, Boeing en Embraer. De Braziliaanse onderzoeks- en innovatieorganisatie Fapesp is gastheer van de vergadering, waar verder het Braziliaanse biotechnologielab CTBE, de universiteiten van Campinas en São Paulo en het Nederlandse onderzoeksinstituut KNAW-NIOO aanwezig zijn. De sfeer is er ontspannen en vriendschappelijk. De aanwezigen begroeten elkaar als oude vrienden.

Tijdsinvestering
Hans Schutte, directeur-generaal van OCW, zegt blij te zijn met deze ‘grootste wetenschappelijke samenwerking tussen Nederland en Brazilië’. “Dit is een fantastisch project, een voorbeeld”, vertelt hij na de vergadering. “Brazilië is één van de prioriteitslanden van OCW. BE-Basic levert wetenschappelijk resultaat en human capital. Het is knap dat dit samenwerkingsverband zoveel partijen verenigt. Daar is bevlogenheid voor nodig. De TU heeft twee van die bevlogen mensen (Luuk van der Wielen en Patricia Osseweijer, red.). Zij kunnen bovendien de verbinding maken met bedrijven, zodat ook die profiteren.”

Net als alle andere contacten – met hoogleraren, studenten, overheden – vergen gesprekken met bedrijven de nodige tijdsinvestering. Contacten tussen universiteiten en bedrijven zijn schaars in Brazilië. De Delftse ervaring daarmee is hier een meerwaarde, vertellen Unicamp-onderzoekers. BE-Basic is gesprekspartner van grote bedrijven als Akzo-Nobel, KLM, Embrear en BP.

Mooie plaatjes
Vaak gaat het over bio-ethanol, een grote industrie in Brazilië, en dan meestal uit suikerriet. Van der Wielen vertelt later in de week dat hij wel weer eens wat anders wil dan suikerriet. En dus is er een afspraak bij de papier- en pulpfabriek Suzano net buiten de stad Americana, op een half uur van Unicamp. De fabriek beheert enorme eucalyptusboomplantages en zoekt naar manieren om nieuwe producten te maken van cellulose en lignine, beide afkomstig uit hout.

In hun huurauto rijden hij en Osseweijer erheen. Want, zegt Van der Wielen: “je kunt in Brazilië niet afgaan op wat mensen je zeggen of op mooie plaatjes. Je moet zelf gaan kijken.” Voor een vooruitgeschoven post heeft het vaak ook weinig zin om naar dit soort afspraken te gaan. “De mensen willen een hoogleraar zien. Pas dan gaan er deuren open.” Vandaar dat het Braziliaanse kantoor na de opbouwfase waarin veel juridische en financieel-administratieve werk moest gebeuren, nu zoekt naar een meer inhoudelijke medewerker.

In de fabriek wordt duidelijk waarom. Nadat de hoogleraren schoenen met stalen neuzen, helmen, beschermingsbrillen en oordoppen hebben gekregen, ontmoeten ze mannen van de onderzoeksafdeling van Suzano. Op deze bloedhete dag bieden ze hun bezoek eerst water aan.

Osseweijer keuvelt met de mannen over koffie, en koeien in de Zwitserse Alpen. ‘Vrij associëren’, noemt Van der Wielen dat lachend. Een dag later, tijdens de lunch op het groene Braziliaanse platteland, vertelt hij dat dat één van de redenen is dat hun samenwerking zo goed verloopt. “We vullen elkaar aan. Zij knoopt meteen het gesprek aan. Verder hoor je met twee meer dan alleen en is het goed om iemand bij je te hebben als je eens ziek wordt bijvoorbeeld.” Daarnaast is de insteek van Osseweijer anders. Waar Van der Wielen vaak technisch en zakelijk is, ligt het zwaartepunt van haar werk bij duurzaamheid en communicatie.

Terug naar de fabriek, waar het gesprek al gauw technisch wordt. Tijdens een rondleiding zien Osseweijer en Van der Wielen drie testopstellingen. In de eerste wordt van houtsnippers olie gemaakt. In de tweede drijft een witte natte massa. Het is cellulose, vertelt Osseweijer. “Het wordt gebruikt om papier te verstevigen, maar bijvoorbeeld ook om cosmetische producten sterker te maken.”

Bij de derde testopstelling worden ligninedeeltjes verkleind, maar dan nog zijn ze te groot om te gebruiken bijvoorbeeld als rubbervervanger in autobanden. “Ze zijn nu micro, maar ze moeten nano worden”, vat Osseweijer het probleem samen. Naast de ronkende machines stelt Van der Wielen voor om een student een model te laten maken van het productieproces. En zo gooit hij de eerste concrete onderzoekslijnen uit.

Na afloop wil één van de Suzano-onderzoekers met Osseweijer en Van der Wielen naar het café. Wegens tijdgebrek – er zijn al dinerplannen met een bevriende hoogleraar en zijn vrouw – slaan ze vriendelijk af. Volgende keer. “Zo gaat dat hier”, zegt Van der Wielen. Het sociale contact is net zo belangrijk als de inhoud. “En het was vast niet bij één drankje gebleven.” <<

Onderhandelen over de begroting

Ramses Molijn bij een maisveld (Foto: Saskia Bonger)

Ramses Molijn bij een maisveld (Foto: Saskia Bonger)

Het kantoor ‘TU Delft Brazil, BE-Basic Brazil’ is officieel opgericht op 21 november 2012, met de TU als initiatiefnemer. De afgelopen vijf jaar heeft het college van bestuur van TU bijna anderhalf miljoen euro geïnvesteerd en de faculteit Technische Natuurwetenschappen bijna 800 duizend euro. Met bijdragen uit BE-basicprojecten en van de onderzoeks- en innovatieorganisatie van de staat São Paulo, Fapesp, als voornaamste financiers komt de totale investering over vijf jaar op dertien miljoen euro.

Het meeste geld is gegaan naar gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van de ‘biobased economy’. Onderzoek als dat van de Delftse dual degree-promovendus Ramses Molijn (op foto), die de afgelopen vijftien maanden in Brazilië landbouwakkers in kaart bracht. (zie de blogpost ‘Met je poten in de Braziliaanse klei’). Zes Delftse promovendi en tien PDEngs (promovendi met een verkort traject) zijn inmiddels voor zo’n onderzoek naar de Brazilië gegaan.

Vijf Braziliaanse phd-studenten kwamen op hun beurt naar Nederland. Zoals Wesley Marquez, die nu in Delft onderzoek doet naar de ontwikkeling van een gist-gebaseerd platform voor de anaerobe productie van organische zuren. En meer dan twintig Braziliaanse onderzoekers staan klaar. (zie de blogpost ‘Ngo’s een spiegel voorhouden’). Het geld voor de uitwisseling over en weer is aanwezig. Deze zomer kwam BE-Basic met minister Bussemaker van OCW overeen dat er tot 2025 honderd dual degree-studenten moeten komen.

Voor de komende jaren zijn Luuk van der Wielen en het college van bestuur van de TU Delft nog in onderhandeling over de begroting, zowel over het bedrag als over de lengte van de periode waarvoor de afspraken gelden. Kortweg wil de eerste voor een langere periode meer geld krijgen en wil de TU voor een kortere periode minder geld uittrekken. Van der Wielen is duidelijk over zijn beweegredenen: “De TU heeft de coördinatie van het Nederlands-Braziliaanse programma op zich genomen. Daar hoort een verantwoordelijkheid bij. Je kunt dit niet half doen.”

Onderwijs

Patricia Osseweijer (rechts) en Luuk van der Wielen (derde van links) met hun Braziliaanse studenten (Foto: Saskia Bonger)

Patricia Osseweijer (rechts) en Luuk van der Wielen (derde van links) met hun Braziliaanse studenten (Foto: Saskia Bonger)

De afgelopen jaren hebben de TU Delft/BE-Basic en Unicamp, soms in samenwerking met bedrijven als DSM, zes verschillende mastercursussen gegeven. Nieuwe cursussen zijn in de maak. Het laatst afgeronde vak is ‘business development: beyond bioethanol’. De (Braziliaanse) studenten kregen de opdracht een businessplan te maken voor een rendabel bedrijf dat duurzame bio-kerosine maakt voor vliegtuigen. Aviation fuels vormen een nieuwe en belangrijke onderzoeksrichting voor BE-Basic, mede omdat de vliegindustrie heeft afgesproken in 2050 vijftig procent minder CO2 uit te stoten.

De studenten kregen onder meer les en begeleiding van Luuk van der Wielen, die daarvoor geregeld in Campinas te vinden was. Contact was er ook over de mail en via Skype. (zie blogpost ‘Warme contacten onderhouden in Brazilië’). Naast dit reguliere onderwijs is er de MOOC (massive open online course) industrial biotechnology. Daaraan begonnen in oktober 2014 en september 2015 samen zestienduizend studenten wereldwijd. Er zijn 667 certificaten uitgereikt.

Patricia Ossewijer en Luuk van der Wielen krijgen een rondleiding in een papier- en pulpfabriek net buiten de stad Americana op een half uur rijden van Unicamp. De fabriek zoekt naar manieren om nieuwe producten te maken.(Foto: Saskia Bonger)

Patricia Ossewijer en Luuk van der Wielen krijgen een rondleiding in een papier- en pulpfabriek net buiten de stad Americana op een half uur rijden van Unicamp. De fabriek zoekt naar manieren om nieuwe producten te maken.(Foto: Saskia Bonger)
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someone